Hoosbuien en grote droogte: Niks doen is geen optie!

Woensdag heeft Commissaris van de Koning René Paas de heer Bert Middel voor zijn tweede termijn als Dijkgraaf van het waterschap Het Noorderzijlvest beëdigd. Aan deze plechtigheid ging een symposium vooraf waarin weerman Gerrit Hiemstra en oud minister Pieter Winsemius het woord voerden.

Hoosbuien en hittestress
Hoosbuien en hittestress
Weerman Gerrit Hiemstra

In zijn lezing ging Hiemstra in op de gevolgen van de klimaatveranderingen. Uit vele berekeningen van onder andere het KNMI komt naar voren dat het aantal en de intensiteit van hoosbuien, waarbij in korte tijd zeer veel water naar beneden komt, zal toenemen. Zoveel, dat het ondoenlijk is voor de waterschappen om dit water meteen af te voeren.

Een ander, wellicht positief, effect van de opwarming van de aarde zal zijn dat stormen die nu verspreid over het jaar voorkomen, een meer noordelijke route zullen volgen en ons land in mindere mate zullen teisteren. Daar staat tegenover dat de kans op tropische stormen groter zal worden.

Tropische stormen ontstaan rond de evenaar en trekken voor de overgrote meerderheid in oostelijke richting: Caraïbische  eilanden, Cuba, Florida etc.  Recente ontwikkelingen laten zien dat een enkeling een meer noordwestelijke richting, naar de Britse eilanden trekt. Deze kunnen dan ook in onze regio voor flinke overlast gaan zorgen.

Hiemstra illustreert de temperatuurstijging met cijfers. Zo geldt bijvoorbeeld voor het meetpunt Eelde dat er vroeger gemiddeld 3 tropische dagen (temperatuur boven de 30 graden) voorkwamen. Tegenwoordig zit dat op 4 dagen per jaar. De verwachting is dat voor 2050 dit aantal zal zijn gestegen tot 6-10 en voor 2085 tot 7-16. Daarbij is het laagste getal steeds het meest gunstige scenario, het hoogste getal het meest ongunstige.  Deze hoge temperaturen worden vastgehouden in steen/beton. Met name in steden kan daardoor de temperatuur nog verder oplopen en blijven hangen. Dit wordt hittestress genoemd.

Verder wordt de hoeveelheid poolijs in rap tempo minder. Voor de Noordpool, waar het drijvend ijs betreft, heeft het op de zeespiegelstijging weinig tot geen effect. Echter, het landijs dat van de Zuidpool wegsmelt, kan de zeespiegel met wel 2 meter doen stijgen.  Daarbij genomen dat de bodemdaling in Groningen op ongeveer 80 cm. zal uitkomen brengt Hiemstra tot de vraag aan de waterschappen of de dijken dat wel zullen houden of dat andere kustbeschermingsmaatregelen nodig zullen zijn.

Hiemstra maakt hiermee duidelijk dat nietsdoen geen optie is.  Maar we moeten wel opschieten.  Hiemstra onderscheidt de maatregelen/acties in twee onderdelen: Mitigatie en Adaptatie.

Mitigatie

Mitigatie houdt het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen als CO2 en Methaan in. Dit kan door:

  • Energiebesparing zoals isolatie, andere productieprocessen.
  • Duurzaam energie opwekken middels windmolen/zonnepanelen
  • Biobased/circulair produceren. Zo kunnen er nu al flessen geproduceerd worden van suiker.
  • Energieneutraal bouwen met energie neutrale bouwstoffen zoals hennepvezels
  • Elektrisch autorijden en niet vliegen
  • Voedingspatroon aanpassen. Met name de productie van vlees zorgt voor uitstoot van broeikasgassen als CO2 en methaan.
Adaptatie, oftewel aanpassen.
  • Mensen moet zelf maatregelen nemen en zorgen dat tijdelijke wateroverlast bij hoosbuien geen schade aan woningen/bedrijven aanricht en water de bodem in kan dringen.  Heel simpel: geen terras maar gras.  Dit geeft de waterschappen de noodzakelijke tijd om het overtollige water af te voeren.
  • Hiemstra benadrukt dat niet de overheden, maar de creatievelingen als stedenbouwkundigen, architecten en andere out-of-the-box denkers  aan zet zijn. Zij kunnen zorgen voor meer groen en water in stedelijke gebieden en bouwen op duurzame wijze.
  • Hiemstra verwijst tenslotte naar het ‘Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2017’ (Zie www.ruimtelijkeadaptatie.nl). Hier ligt een opgave voor gemeentes. Regelgeving zal snel moeten worden aangepast om de creatieve ideeën uit te kunnen voeren.

Hiemstra maakt duidelijk dat we niet voor de eerste keer met een transitie te maken hebben. Als voorbeelden gebruikt hij de mechanisatie van de landbouw en de overgang van kolen/olie kachels naar gasverwarming. Het leven werd toen ingrijpend anders en dat zal nu ook anders worden.
Tot slot wijst Hiemstra op het belang van samenwerken, maar ook vooral op het erbij betrekken van jonge mensen. Jonge mensen zien de problemen en denken van buiten de bestaande kaders om.

 

Noodzaak tot samenwerken tussen overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers

Onder deze titel verzorgde Pieter Winsemius de tweede lezing van het symposium. Dhr.  Winsemius is voormalig minister van VROM, oud-lid Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid,  voorzitter Friese Energiestrategie, hoogleraar en publicist.

Op inspirerende wijze hield Winsemius zijn gehoor voor dat er voor de oplossing van de klimaatproblemen een andere manier van denken nodig is. Hij refereert daarmee aan de titel van zijn nieuwste boek ‘Je hoeft niet gek te zijn om wereldkampioen te worden, maar het helpt wel’.
Veel meer ‘out of the box’ denken. Hij illustreerde aan de hand van enkele eenvoudige grafische voorbeelden dat iedereen min of meer vast zit in zijn/haar eigen denkkader en -patronen. Dat gaat de klimaatproblemen niet oplossen.  Zo nam hij afstand van de opmerking van zijn partijgenoot en huidig Minister van Economie en Klimaat, Eric Wiebes. Die liet in een artikel in dagblad Trouw van 13 dec. jongsleden optekenen dat de ‘Polder’ het klimaat moet gaan redden. “Nou, dat gaat niet gebeuren”,  aldus Winsemius: “Als er één club is die vast zit in eigen denkkaders dan is het wel de polder “.

Winsemius
Dhr. Pieter Winsemius

Winsemius sloot goed aan op het betoog van Hiemstra. Zo benadrukte hij dat elektrisch rijden een oplossing is, maar dat we vooral het openbaar vervoer niet uit het oog moeten verliezen.  Daarnaast gaf hij een voorbeeld van anders denken door creatief om te gaan met emissie rechten.  Zo is de agrarische sector verantwoordelijk voor 7 megaton CO2 uitstoot. Voor een belangrijk deel komt deze uitstoot voor rekening van de veenweide gebieden. Door daar de waterstanden te verlagen, (wat voor de boeren een betere melkopbrengst betekent) oxideert het veen en produceert zo een CO2-uitstoot die gelijk staat aan vijf procent van de industriële emissie. Voor Friesland is het zelfs 1/3 van de totale CO2 uitstoot van die provincie.
In plaats van die boeren te gaan belasten met emissierechten, kun je ook de grondwaterstand verhogen (wat de CO2 reduceert)  en stroken bloemen/kruiden vrijlaten (wat goed is voor insecten). Dit geeft de sterk achteruitgaande weidevogelstand in Nederland de kans te herstellen. De boeren moeten dan wel gecompenseerd worden voor de verminderde inkomsten.

Waterschappen braken altijd door met een creatief idee wanneer er een crisis was. Denk bijvoorbeeld aan de watersnoodramp van 1953 in Zeeland/Zuid-Hollandse eilanden. Dit heeft geleid tot de welbekende Deltawerken. Een ander voorbeeld zijn de grote rivieren die 1995 met extreme waterstand kampten, waardoor evacuatie van 250.000 mensen noodzakelijk werd.  In dit laatste geval zijn toen door de minister  alle procedures en overlegpartijen buiten spel gezet en pas toen hij volledige zeggenschap had, is hij met o.a. de natuur- en milieu organisaties gaan praten over hoe het verder moest.  Het gevolg hiervan is geweest dat er bij de uiteindelijke oplossingen (meer ruimte voor de rivieren) een grote mate van consensus werd bereikt.

De klimaatproblematiek verloopt te langzaam om van een crisis te kunnen spreken. De urgentie wordt nog niet door iedereen even sterk beleefd. Dit maakt het ingrijpen complexer.

Winsemius pleit niet voor eenzijdige autoritaire leiding. Wat nodig is, is dat er steeds vernieuwing plaats vindt, dat er steeds nieuwe geluiden en nieuwe ideeën naar boven komen. Daar is een autoritaire leiding niet geschikt voor. Veel aandacht moet gaan naar jongeren. Die kennen de problemen en zijn nog niet belast met vastgeroeste denkkaders. Er is juist behoefte aan mensen die  verschillende werelden kunnen verbinden.

De Dijkgraaf.

Na de beëdiging voor zijn tweede termijn door commissaris van de Koning René Paas, nam Dijkgraaf Bert Middel zelf het woord. Hij ziet een belangrijke rol weggelegd voor de waterschappen.   l. Immers, de waterschappen:

Bert Middel dijkgraaf
Dijkgraaf Bert Middel
  • hebben de expertise opgebouwd in die 7 eeuwen ervaring;
  • hebben de data. Noorderzijlvest heeft gegevens om voor elk gebied klimaatscenario’s op te stellen;
  • kunnen de maatregelen nemen en uitvoeren.
Plannen voor 2018.

Dijkgraaf Middel wil alle gemeentes in het werkgebied benaderen om met hen stresstesten uit te voeren.  Organisaties als LTO, VNO/NCW en MKB Noord zullen benaderd worden voor hun aandeel en de inwoners worden opgeroepen om met ideeën en suggesties te komen. Daartoe zal een prijsvraag worden uitgeschreven met als hoofdprijs dat het idee zal worden uitgevoerd.

Het Noorderzijlvest wil de verbindende schakel zijn. Dit alles onder het motto het gebied leefbaar en florerend te houden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *