“Bevingsactiviteit dwingt tot herziening beleid rond versterking/nieuwbouw Groningen”

Professor Manuel Sintubin is geoloog aan het Departement Aard- en  Omgevingswetenschappen van de Universiteit van Leuven. Hij is internationaal erkent aardbevingsexpert. Hij maakte rond de jaarwisseling in een 8-tal tweets de balans op voor wat betreft de aardbevingen door de gaswinning in Groningen.

Totale seimische activiteit

Grafiek 1

Allereerst grafiek 1.  Op de Y-as de som van de seismische momenten van de aardbevingen in een jaar. Het seismisch moment is een eenheid die seismologen gebruiken om de grootte van een aardbeving mee aan te geven. Het seismisch moment staat gelijk aan de starheid van de aarde, vermenigvuldigd met de gemiddelde verzakking van de breuk en de omvang van het gebied dat is verzakt.
Te zien is dat de seismische activiteit in 2016 flink gedaald is. En dat die daling zich in 2017 vrijwel  heeft doorgezet. Beide jaren komen uit ver onder de verschillende prognoses van 21, 27 en 33 bcm (bcm=miljard m3) gaswinning.  Volgens prof. Sintubin tekent zich een duidelijke trendbreuk af.

Dat de seismische activiteit in 2017 iets hoger is dan in 2016 is vooral het gevolg van de verhoogde activiteit in het voorjaar 2017. Toen deden zich 3 bevingen voor van magnitude 2.0 en hoger ( 11-03 Zeerijp:  2.1, 26-04 Scharmer: 2.0 en 27-05 Slochteren: 2.6).
2017 is het tweede jaar op rij zonder bevingen van 3.0 of hoger. Volgens Professor Sintubin is dit van grote betekenis.
Daarnaast zegt Sintubin: “Opmerkelijk is het relatief groot aantal aardbevingen van M1+(Magnitude 1.0 t/m 1.9)  in 2017.  51 in 2017 ten opzichte van 34 in 2016 en 41 in 2015”. 

En: “ In 2017 hadden we gemiddeld ongeveer 13 M1+ aardbevingen per M2+ aardbevingen; vergelijkbaar met 2016. Opvallend veel meer dan in 2015 (ongeveer 4.5 M1+ aardbevingen per M2+ aardbeving)

Dit laatste is interessant vanwege de wet van Gutenberg-Richter. Die legt het verband tussen het aantal zwakkere bevingen en de kans op het zich voordoen van een sterkere beving. Die verhouding ligt op 10:1. Dat wil zeggen op elke 10 bevingen met een kracht van M2.0 doet zich een beving van M3.0 voor. Voor elke 10 bevingen van M1.5 doet zich dan één beving van M2.5 voor.
Uit de cijfers is af te leiden dat hoe meer bevingen van 1.0 t/m 1.9 per beving van 2.0 t/m 2.9, de kans op een beving van 3.0 en hoger afneemt.

Sintubin hierover:  Meest opmerkelijk is dat nog nooit zoveel M1+ aardbevingen (29) plaatsvonden tussen twee M2+ aardbevingen. Een extreme uitschieter van het nieuwe ‘normaal’? (gemiddelde).  Zie grafiek 2

Aantal m1 bevingen
Grafiek 2

Professor Sintubin maakt hierbij wel de kanttekening:  “…dat deze grafiek waarschijnlijk vertekend is doordat voor 2015 niet alle aardbevingen tussen M1 en M1.5 geregistreerd zijn. Dit maakt dat er zoveel “kleine” aantallen zijn, een stuk onder 10:1. Maar de trendbreuk tussen 2015 en 2016/2017 lijkt me wel reëel”.

Op basis van deze gegevens vraag Sintubin zich af of dit nieuwe, wat hij noemt seismische regiem zich door zal zetten in 2018. Dat zou betekenen dat er in het Groningse gasveld geen bevingen van 3.0 of hoger zullen voorkomen.  Wel 2 á 3 bevingen van 2.0 t/m 2.9 en zo’n 30-50 bevingen tussen de 1.0 t/m 1.9

Sintubin: “Alles wijst erop dat seismische dreiging in Groningen (blijvend?) verlaagd is. Dit dwingt tot een herziening van elk beleid rond versterking, sloop en/of nieuwbouw.”

De HIK vroeg professor Manuel Sintubin om een reactie op dit artikel en stelde hem enkele vragen.

De HIK: Kunnen we op basis van de eerste grafiek concluderen dat het niet zoveel uitmaakt of er nu 21 of 33 miljard kuub gas per jaar wordt gewonnen? En dat ook al wordt de winning naar 10bcm teruggeschroefd, we in lengte van jaren (zeker tot 2050) in Groningen te maken zullen houden met seismische activiteit?
Sintubin: De eerste grafiek komt uit de supplementen van het SODM winningsplan 2016. Inderdaad, de grafiek laat uitschijnen dat de “simulaties” voor de verschillende winningsniveaus niet veel verschil geven wat seismische energie betreft. Maar het positieve is natuurlijk dat sinds twee jaar de seismiciteit serieus onder de simulaties zitten.
Wat in de toekomst gaat gebeuren, is moeilijk te zeggen. De trendbreuk in 2016/2017 laat uitschijnen dat een gelijkwaardige geleidelijke verlaging stap voor stap een verdere verlaging van de seismiciteit met zich mee kan brengen, zolang het een vlakke winning (in tijd en ruimte) blijft
(redactie: maandelijks een zoveel mogelijk gelijkblijvend winningsniveau). Op een bepaald ogenblik gaat men waarschijnlijk vaststellen dat een verdere verlaging geen effect meer heeft op seismiciteit. Op welk niveau dat is, denk ik dat niemand nu kan vertellen.

De HIK:  Is de huidige verlaging toe te schrijven aan het meet- en regelprotocol, waarbij de hoeveelheid en locatie van de winning dynamisch wordt afgesteld op de seismische activiteit, of dat het meer komt door het zoveel mogelijk afvlakken van de maandelijkse fluctuaties van de gaswinning.

Neen, de verlaging is nog niet toe te schrijven aan het meet- en regelprotocol. Deze is nu pas recent aangevat en heeft vooral een rapporteringseffect gehad. Een eerste stap …? 

Een reactie op dit artikel van de heer Wiebes, Minister van Economische Zaken en Klimaat en van Halns Alders, Nationaal Coordinator Groningen leest u hier: http://www.hogelandinternetkrant.nl/2018/01/05/minister-wiebes-en-professor-sintubin-op-lijn/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *